ECLI:NL:RBDHA:2018:3711
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende duurzame en zelfstandige middelen
Eiseres, met Turkse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om bij haar echtgenoot, de referent, te verblijven. Eerdere aanvragen werden afgewezen vanwege vermoedens van gefingeerde dienstverbanden. In de huidige aanvraag overlegt de referent een arbeidsovereenkomst bij een nieuw bedrijf, maar uit Suwinet-gegevens blijkt dat hij een WW-uitkering ontving en er zijn tegenstrijdigheden in de loonstroken en arbeidsovereenkomsten.
De rechtbank oordeelt dat eiseres de bewijslast draagt om aan te tonen dat de referent duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt. De overgelegde documenten bevatten inconsistenties en tegenstrijdigheden die niet voldoende zijn verklaard. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat het dienstverband en de inkomsten betrouwbaar zijn.
Eiseres betoogt dat de discrepanties voortkomen van de werkgever en dat de referent zich niet dubbel hoeft te bewijzen. De rechtbank wijst dit af en stelt dat de bewijslast bij eiseres ligt. Er is geen sprake van dubbele bestraffing omdat verweerder in de bezwaarprocedure de stukken opnieuw heeft beoordeeld.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat de referent duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt.