ECLI:NL:RBDHA:2018:3832
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen niet gematigd
Eiseres, werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), heeft negen overtredingen van artikel 2, lid 1, Wav begaan. Dit staat niet ter discussie. Het geschil betreft de vraag of de opgelegde boete van €72.000,- gematigd moet worden.
Eiseres betoogt dat zij niet op de hoogte was van de Nederlandse wetgeving en dat zij te goeder trouw handelde, omdat haar werknemers op de loonlijst stonden en de werkzaamheden niet illegaal zijn. Zij wijst op haar buitenlandse wettelijke verplichtingen en stelt dat nalatigheid in haar land reden is voor matiging. Ook voert zij aan dat de boete disproportioneel is gezien haar financiële situatie.
De rechtbank oordeelt dat onbekendheid met de Wav geen reden tot matiging is en dat het de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever is om na te gaan of aan de Wav wordt voldaan. De financiële situatie van eiseres rechtvaardigt geen matiging, nu zij winst heeft gemaakt en onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de boete haar onevenredig treft. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete blijft onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de boete van €72.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de boete blijft onverminderd van kracht.