ECLI:NL:RBDHA:2018:3841
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering uitstel van vertrek wegens verouderde medische gegevens
Eiser, met de Iraakse nationaliteit, vroeg in 2017 uitstel van vertrek aan op medische gronden, maar zijn aanvraag werd afgewezen omdat hij niet tijdig de vereiste medische bewijsstukken had overlegd. Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris dit bezwaar ongegrond, stellende dat de medische stukken verouderd waren en de aanvraag incompleet.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onzorgvuldig had gehandeld door hem niet te informeren over de veroudering van de stukken en dat het Bureau Medische Advisering (BMA) had moeten worden geraadpleegd om de aanvraag inhoudelijk te beoordelen. De rechtbank oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van eiser was om actuele medische stukken te overleggen en dat de staatssecretaris niet verplicht was hem hierover te informeren.
Echter, omdat eiser door omstandigheden niet in staat was het ontbrekende formulier tijdig aan te leveren en de staatssecretaris naliet het BMA te raadplegen voor advies op een incompleet dossier, handelde de staatssecretaris in strijd met de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingencirculaire. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tevens tot betaling van de proceskosten van €1.002,- aan de door eiser ingeschakelde rechtsbijstandverlener. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.