ECLI:NL:RBDHA:2018:3962
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijstelling mvv-vereiste bij gezinshereniging met Nederlandse partner
Eiseres, een Somalische vrouw zonder geldige verblijfsvergunning, verzocht om verblijf bij haar Nederlandse partner. Verweerder wees de aanvraag af vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan vrijstellingscriteria. Eiseres betoogde dat het mvv-vereiste in strijd is met de Gezinsherenigingsrichtlijn en het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat de Gezinsherenigingsrichtlijn rechtstreeks en onvoorwaardelijk van toepassing is op situaties van gezinshereniging met een Nederlander, ondanks dat de richtlijn formeel niet op burgers van de Unie ziet. Verweerder heeft een belangenafweging gemaakt op grond van artikel 8 EVRM Pro die ook voldoet aan artikel 17 van Pro de richtlijn. Het mvv-vereiste is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel, mede gezien de ruime beoordelingsmarge en de mogelijkheid tot vrijstelling en toepassing van de hardheidsclausule.
De rechtbank stelt dat verweerder terecht het algemeen belang van een restrictief toelatingsbeleid zwaarder heeft gewogen dan het persoonlijke belang van eiseres. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat is een mvv te verkrijgen of dat het mvv-vereiste tot een onbillijkheid van overwegende aard leidt. Ook is het opleggen van een inreisverbod correct. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning en het mvv-vereiste wordt ongegrond verklaard.