ECLI:NL:RBDHA:2018:3983
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres, met de Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van familieleven met haar partner en kinderen. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstellingsgrond van toepassing was. Tevens werd haar een inreisverbod opgelegd wegens niet-naleving van een terugkeerbesluit.
Eiseres voerde aan dat het besluit een ontoelaatbare inbreuk maakte op haar gezinsleven en dat onvoldoende rekening was gehouden met de belangen van haar kinderen. Ook stelde zij dat zij ten onrechte niet was gehoord. De rechtbank oordeelde dat verweerder in redelijkheid kon stellen dat de kinderen nog te jong zijn voor een zodanige worteling in Nederland en dat het gezinsleven ook vanuit het buitenland kan worden ingevuld.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres geen objectieve belemmeringen aannemelijk had gemaakt voor het uitoefenen van het gezinsleven buiten Nederland. De stelling dat zij en haar kinderen geen reisdocumenten konden verkrijgen werd niet gevolgd. De rechtbank vond dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het horen van eiseres kon worden achterwege gelaten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Ghrib op 6 april 2018.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard.