ECLI:NL:RBDHA:2018:4133
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid afvalligheid islam en christelijke interesse
Eiser, een Iraakse nationaliteitdragende man afkomstig uit Al-Muthanna en woonachtig in Bagdad tot september 2015, vroeg asiel aan op grond van zijn afvalligheid van de islam en interesse in het christendom. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van deze beweringen.
De rechtbank bevestigt dat de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn, maar oordeelt dat zijn relaas over afvalligheid en christelijke interesse niet overtuigend is. Eiser gaf tegenstrijdige verklaringen, waaronder het noemen van zichzelf als atheïst en het uiten van liefde voor de islam, en toonde geen substantiële verdieping in het christendom.
De rechtbank volgt de staatssecretaris ook in de beoordeling dat er in Bagdad geen situatie bestaat die een beroep op artikel 15 van Pro Richtlijn 2011/95/EU rechtvaardigt. Eisers vrees voor zijn veiligheid bij terugkeer is onvoldoende onderbouwd.
Daarom is de asielaanvraag terecht afgewezen op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van de afvalligheid en onvoldoende onderbouwing van de gevreesde situatie.