ECLI:NL:RBDHA:2018:4233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan middelenvereiste en arbeidsongeschiktheidseisen
De zaak betreft het beroep van een minderjarig kind tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af te wijzen. De afwijzing was gebaseerd op het niet voldoen aan het middelenvereiste en het ontbreken van blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid van de referent, de ouder van het kind.
Eiser voerde aan dat de referent in aanmerking zou moeten komen voor vrijstelling van het middelenvereiste vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid en een individuele overmachtssituatie. Tevens werd verwezen naar Europese rechtspraak en de gezinsherenigingsrichtlijn die een individuele toetsing vereisen. De rechtbank oordeelde echter dat de referent slechts beperkt arbeidsongeschikt is bevonden en niet voldoet aan de beleidscriteria voor vrijstelling.
Verder stelde eiser dat de referent vijf jaar ontheven zou zijn van arbeidsverplichtingen, wat niet is aangetoond. Ook het beroep op het arrest Chavez slaagde niet omdat geen sprake is van een situatie waarin het kind de EU zou moeten verlaten.
De rechtbank concludeerde dat het beleid van de staatssecretaris passend is en dat er geen reden is om af te wijken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is ongegrond verklaard.