Uitspraak
Rechtbank DEN Haag
[verzoekers], te [plaats 1], verzoekers
het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas, verweerder
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers zijn sinds 2008 eigenaar van een recreatiewoning die zij volgens het bestuursorgaan permanent bewonen, hetgeen strijdig is met het bestemmingsplan. Verweerder legde op 13 oktober 2017 een last onder dwangsom van €20.000 op wegens dit niet-recreatieve gebruik. Verzoekers maakten bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Zij vroegen vervolgens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter constateert dat verzoekers de woning in eerdere jaren als hoofdverblijf hebben opgegeven bij de Belastingdienst en dat zij hypotheekrenteaftrek ontvangen voor deze woning. Ook is vastgesteld dat zij meer dan twee derde van het halfjaar in de woning verblijven, wat niet is toegestaan. Verzoekers hebben zich na het opleggen van de last ingeschreven op een ander adres, maar dit leidt niet tot het vervallen van de last.
De rechtbank oordeelt dat het gebruik van de recreatiewoning als hoofdverblijf in strijd is met het bestemmingsplan en dat verweerder bevoegd was handhavend op te treden. Het enkele voornemen tot verkoop van de woning vormt geen bijzondere omstandigheid om af te zien van de last. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wegens permanente bewoning van de recreatiewoning wordt afgewezen.