ECLI:NL:RBDHA:2018:4272
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid seksuele gerichtheid
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende jongere, diende een asielaanvraag in op basis van vervolging wegens zijn homoseksuele gerichtheid. Verweerder wees de aanvraag af omdat de seksuele gerichtheid en de daaraan verbonden problemen niet geloofwaardig werden geacht.
Eiser stelde dat bij het aanvullend nader gehoor onvoldoende rekening was gehouden met zijn jeugdige leeftijd, culturele achtergrond en de schaamte om over zijn seksuele gerichtheid te spreken. De rechtbank oordeelde echter dat het gehoor zorgvuldig was uitgevoerd met begrijpelijke vragen en dat eiser de vragen begreep en openhartig was.
Verder vond de rechtbank dat eiser voldoende kennis had kunnen vergaren over de vervolging van LHBT’s in Irak en de Nederlandse LHBT-gemeenschap. De gehanteerde werkinstructie voor de beoordeling van seksuele gerichtheid werd als toereikend beoordeeld.
Eiser voerde ook jurisprudentie aan, maar de rechtbank vond deze niet vergelijkbaar met zijn situatie. De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de geloofwaardigheid terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.