Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter zitting
De raadsman van de veroordeelde is verschenen en op de vordering gehoord.
2.De vordering
- het wederrechtelijk verkregen voordeel dat door de onderneming [onderneming] is genoten, kan worden toegerekend aan veroordeelde;
- met belastingverplichtingen wordt volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad in de ontnemingsprocedure in beginsel geen rekening gehouden.;
- voor wat betreft de berekening van het ‘Budget’-deel is aansluiting gezocht bij het civiele vonnis van de rechtbank Gelderland van 12 april 2017, waarin is vastgesteld dat er 35.212,1 teveel uren zijn gedeclareerd. Dit betekent een voordeel van 35.212,1 maal € 25,00 = € 880.300,00. Voor wat betreft het ‘Norwood’-deel volgt de officier van justitie om doelmatigheidsredenen het door de verdediging in de conclusie van antwoord ingenomen subsidiaire standpunt inhoudende dat er een voordeel van € 7.347,95 is genoten. In totaal is er een voordeel genoten van € 887.647,00;
- alleen de betaling ter hoogte van € 77.500 aan de partner van veroordeelde, [partner verdachte] , komt bij nader inzien als kostenpost in aanmerking. De overige door de verdediging aangevoerde kosten houden geen direct verband met het wederrechtelijk verkregen voordeel.
3.De beoordeling van de vordering
- deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
- deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
- medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
mogelijktoe leidt dat de belastingdienst de over het wederrechtelijk verkregen voordeel betaalde of verschuldigde belasting niet terugbetaalt of kwijtscheldt, staat niet aan die terugvordering in de weg. Indien zou komen vast te staan dat [onderneming] . of veroordeelde over wederrechtelijk verkregen voordeel belasting heeft betaald en de belastingdienst dit niet terugbetaalt of kwijtscheldt, dan kan de veroordeelde de rechter om een nadere beslissing vragen op grond van artikel 577b, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
4.Het toepasselijke wetsartikel
5.De beslissing
€ 803.241,54;
€ 788.241,54aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.