ECLI:NL:RBDHA:2018:4474
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stellen aanvraag verblijfsvergunning wegens niet betalen leges
Eiseres, moeder van drie minderjarige kinderen, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro. De aanvraag werd buiten behandeling gesteld omdat zij de verschuldigde leges niet had betaald. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank oordeelde dat eiseres weliswaar inkomensverklaringen had overgelegd waaruit bleek dat zij geen inkomen had, maar dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij op korte termijn geen geld kon verkrijgen om de leges te betalen, noch dat zij geen beroep kon doen op familieleden of andere derden. Daarom was er geen reden voor vrijstelling van de leges.
Op grond van artikel 24 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000 is het betalen van leges verplicht en kan een aanvraag buiten behandeling worden gesteld bij niet-betaling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een verzoek om proceskostenveroordeling af.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.E. Dutrieux op 17 april 2018. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag verblijfsvergunning wegens niet betaling van leges wordt ongegrond verklaard.