ECLI:NL:RBDHA:2018:4476
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens niet aangetoonde identiteit en gezinsband
Eiseres, met de Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, ingediend door haar referent die in Nederland verblijft. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiseres haar identiteit niet kon aantonen en er onvoldoende bewijs was voor een duurzame en exclusieve relatie tussen eiseres en referent.
Eiseres voerde in beroep aan dat het ontbreken van documenten niet aan haar te wijten is omdat zij gedeporteerd zou zijn van Soedan naar Eritrea en dat er wel degelijk sprake is van een duurzame relatie. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht de identiteit niet aannam vanwege het ontbreken van documenten en het niet aannemelijk maken van de deportatie. Ook was er sprake van tegenstrijdige verklaringen over de relatie en samenwoning.
De rechtbank vond dat het niet houden van een identificerend interview en het niet horen in de bezwaarfase gerechtvaardigd was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens het niet aantonen van identiteit en het ontbreken van een duurzame gezinsband.