ECLI:NL:RBDHA:2018:4574
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvragen uit Afghanistan wegens kennelijke ongegrondheid
Eisers, broer en zus met de Afghaanse nationaliteit, dienden opvolgende asielaanvragen in die door de staatssecretaris als kennelijk ongegrond werden afgewezen. De rechtbank bevestigt deze afwijzing en oordeelt dat de aangevoerde documenten geen nieuwe feiten bevatten die tot een ander oordeel leiden. De vrees van eiseres voor eerwraak na het verbreken van haar verloving is onvoldoende onderbouwd en gebaseerd op een eenmalig telefoongesprek zonder verdere aanwijzingen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres niet als alleenstaande vrouw kan worden beschouwd, aangezien zij met haar broer kan terugkeren naar Afghanistan. Ook is er geen sprake van verwestering of van een uitzonderlijke veiligheidssituatie in Afghanistan die het verblijf in Nederland rechtvaardigt. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken en rapporten van Amnesty International en UNAMA die de situatie bevestigen.
De beroepsgronden worden afgewezen en het opgelegde inreisverbod en de verkorte vertrektermijn worden als terecht beoordeeld. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvragen ongegrond en bevestigt het opgelegde inreisverbod.