ECLI:NL:RBDHA:2018:4781
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen uitzetting Armenese moeder zonder kinderen ongegrond verklaard
Eiseres, een vrouw van Armeense nationaliteit, werd op 14 augustus 2017 uitgezet uit Nederland naar Armenië, zonder haar kinderen. Zij maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om haar uitzetting te voorkomen, maar dit werd door de voorzieningenrechter afgewezen. Het bezwaar werd kennelijk ongegrond verklaard, waarna eiseres beroep instelde en opnieuw een voorlopige voorziening verzocht.
De rechtbank oordeelt dat het toetsingskader beperkt is tot de wijze waarop de staatssecretaris gebruikmaakt van zijn bevoegdheid tot uitzetting en dat nieuwe feiten en omstandigheden die na de feitelijke uitzetting zijn ontstaan, niet ter beoordeling kunnen worden meegenomen. De rapportages en brieven die eiseres na haar uitzetting overlegd heeft, konden daarom niet in de beoordeling worden betrokken.
Eiseres stelde dat de gescheiden uitzetting en de gevolgen voor haar kinderen in strijd waren met het IVRK en het EVRM, maar de rechtbank vond dat deze omstandigheden niet voorzienbaar waren op het moment van uitzetting en dat eiseres onvoldoende had geprobeerd haar uitzetting te voorkomen. De rechtbank concludeert dat de uitzetting rechtmatig was en wijst het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitzetting werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.