ECLI:NL:RBDHA:2018:4834
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en oplegging vrijheidsontnemende maatregel
Eiser, met de Libische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, gebaseerd op dreiging van ontvoering en vervolging vanwege de werkzaamheden van zijn ooms voor een bepaalde militie en zijn herkomst uit een specifieke wijk. Verweerder wees de aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid, omdat het asielrelaas onvoldoende aannemelijk was.
De rechtbank oordeelde dat alleen het eerste element van het asielrelaas, de identiteit en nationaliteit, geloofwaardig was, terwijl de overige elementen, zoals de werkzaamheden van de ooms en de ontvoeringspogingen, ongeloofwaardig waren. Eiser kon onvoldoende concrete en consistente informatie overleggen, en zijn verklaringen waren tegenstrijdig en niet overtuigend.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de algemene veiligheidssituatie in Libië niet zodanig slecht is dat terugkeer onmogelijk is, en dat het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken geen juridisch bindend oordeel inhoudt. Verweerder mocht de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond afwijzen en een vrijheidsontnemende maatregel opleggen vanwege het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel bevestigd.