ECLI:NL:RVS:2018:2
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing veiligheidssituatie in Tripoli voor asielaanvraag
De staatssecretaris verklaarde een asielaanvraag van een vreemdeling niet-ontvankelijk wegens de algemene veiligheidssituatie in Libië, met name Tripoli. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf de staatssecretaris opdracht een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in, dat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gegrond werd verklaard.
De Afdeling toetste of de situatie in Tripoli zodanig uitzonderlijk is dat terugkeer een reëel risico inhoudt, zoals bedoeld in artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Uit diverse rapporten, waaronder die van de Verenigde Naties en het Britse Upper Tribunal, bleek dat hoewel er sprake is van instabiliteit en willekeurig geweld, dit niet de drempel van een uitzonderlijke situatie overschrijdt. Het aantal slachtoffers en ontheemden was niet significant hoger dan in eerdere jaren.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met de feitelijke beoordeling die lidstaten mogen maken en dat de veiligheidssituatie in Tripoli niet zodanig verslechterd is dat bescherming op grond van artikel 29 gerechtvaardigd Pro is. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit werd alsnog afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.