Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2018 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres
Octrooicentrum Nederland, verweerder
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres verzocht om herstel van haar Europees (NL) octrooi nadat zij de termijn voor het indienen van de vertaling van de gewijzigde conclusies niet had gehaald. Verweerder wees dit verzoek af omdat het niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden na het bekend worden van de termijnoverschrijding was ingediend.
De rechtbank overwoog dat de wettelijke termijn begint te lopen vanaf het moment waarop degene die verantwoordelijk is voor het octrooi wist of had kunnen begrijpen dat de termijn niet was gehaald. Dit volgt uit artikel 23, derde lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 en de jurisprudentie van het Europees Octrooibureau.
Hoewel eiseres stelde dat de termijn pas begon te lopen toen de oorzaak van de overschrijding (een internetafsluiting) was weggenomen, oordeelde de rechtbank dat dit niet strookt met de wet en jurisprudentie. De rechtbank wees het beroep af en legde geen proceskostenveroordeling op.
De uitspraak is gedaan door rechter E.S.G. Jongeneel op 16 april 2018. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van het herstelverzoek wordt ongegrond verklaard.