ECLI:NL:RBDHA:2018:4940
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontbinding overeenkomst wegenzout na tekortkomingen levering
Eurosalt heeft een kort geding aangespannen tegen de Staat (Rijkswaterstaat) met het verzoek de overeenkomst met FAM International N.V. te ontbinden vanwege tekortkomingen in de levering van wegenzout. FAM had de opdracht gegund gekregen na een Europese aanbesteding, maar het geleverde zout voldeed niet aan de in het Programma van Eisen gestelde korrelverdeling. Rijkswaterstaat stelde FAM meerdere malen in gebreke en sommeerde tot herstel, maar FAM heeft niet binnen de gestelde termijnen geleverd conform de overeenkomst.
Eurosalt vordert primair ontbinding van de overeenkomst en subsidiair dat Rijkswaterstaat bij toekomstige aanbestedingen de past performance-uitsluitingsgrond toepast. De Staat voert verweer dat Eurosalt geen belang heeft bij ontbinding omdat het strooiseizoen voorbij is en er geen heraanbesteding zal plaatsvinden. De voorzieningenrechter oordeelt dat Eurosalt inderdaad geen belang heeft bij ontbinding en dat de vordering tot opname van de facultatieve past performance-uitsluitingsgrond geen juridische grondslag heeft.
Voorts overweegt de voorzieningenrechter dat Rijkswaterstaat met een regeling waarbij het niet-conforme zout wordt geaccepteerd tegen een lagere prijs het gelijkheidsbeginsel zou schenden. De enige contractuele mogelijkheid die overblijft is ontbinding, maar omdat Eurosalt geen belang heeft bij ontbinding, worden de primaire en subsidiaire vorderingen afgewezen. Eurosalt wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Eurosalt tot ontbinding van de overeenkomst en het opleggen van de past performance-uitsluitingsgrond worden afgewezen wegens gebrek aan belang en juridische grondslag.