Uitspraak
Rechtbank den haag
Academic Medical Center at the University of Amsterdamen
Academisch Medisch Centrum bij de Universiteit van Amsterdam,
St. Flevoziekenhuis,
Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC),
HMCen
HMC Westeinde,
Maastricht UMC+,
Stichting K.U.,
Radboud Universitair Medisch Centrum/RadboudUMC,
UMC Utrecht,
Stichting VUmc,
VU Medisch Centrumen
UHP-VUmc,
1.De procedure
2.De feiten
geselecteerd op basis van selectie-eisen, eisen aan het product en eisen aan de prijs.
a) De samenstelling van de relevante markt en de invloed van de samenvoeging op de toegang tot de opdracht voor voldoende bedrijven uit het MKB;
2.Programma van Eisen: Product
3.Eisen aan de geoffreerde prijs. Opmerkingen over de prijs en de aantallen:
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
Kamerstukken II2009/10, 32440, 3, p. 54). Reeds op grond hiervan kan het bezwaar van Boston niet slagen. Als onbetwist en blijkend uit de stukken staat immers vast dat Boston niet kan worden beschouwd als behorend tot het midden- en kleinbedrijf. Daarmee komt haar geen beroep toe op het zogenoemde 'clusterverbod'. Daar komt bij dat Boston - daarnaar gevraagd - op de zitting heeft aangegeven dat haar enige belang bij het onderhavige bezwaar is dat zij - anders dan ten aanzien van pacemakers - geen CE-markering heeft voor CRT-P's met elektrodes, zodat het voor haar onmogelijk is om op het gehele perceel in te schrijven. Uit het voorgaande volgt echter dat artikel 1.5 Aw niet dát belang beoogt te beschermen.
economisch meest voordelige inschrijving. Deze wordt vastgesteld op basis van de (a) beste prijs-kwaliteitverhouding, (b) laagste kosten op basis van kosteneffectiviteit, of (c) laagste prijs, met dien verstande dat een keus voor de twee laatste criteria deugdelijk moet worden gemotiveerd in de aanbestedingsstukken. Indien als criterium de beste prijs-kwaliteitverhouding wordt gehanteerd moeten - ingevolge artikel 2:115 Aw Pro - nadere criteria worden bekendgemaakt waarin het gunningscriterium uiteenvalt, dus zowel voor wat betreft het element prijs als het element kwaliteit. De nadere criteria moeten wel verband houden met het voorwerp van de opdracht.
"Prijs vs. kwaliteit") en 8.1. De Ziekenhuizen passen dat vervolgens ook verder toe door de nadere criteria voor wat betreft de verlangde kwaliteit, waaraan de inschrijvers dienen te voldoen, aan te geven in het PvE en met het oog op het element prijs van de inschrijvers te verlangen dat zij bereid zijn om op of onder de vastgestelde plafondprijzen te offreren. De wijze waarop de Ziekenhuizen dat hebben gedaan kan eveneens door de beugel. Het PvE bevat onmiskenbaar kwalitatieve eisen die de Ziekenhuizen stellen aan de uitgevraagde producten, terwijl het stellen van een plafondprijs als een toelaatbaar
kostengerelateerdcriterium moet worden aangemerkt. Dat sprake zou zijn van minimale kwalitatieve eisen doet aan het voorgaande niet af. Te minder nu hier sprake is van de aanbesteding van raamovereenkomsten met verschillende leveranciers, die vervolgens via een minicompetitie in aanmerking moeten zien te komen voor een (nadere) opdracht van één of meer van de Ziekenhuizen, waarbij de gunning zal plaatsvinden op basis van prijs (met inachtneming van het prijsplafond) en
extra- boven de eisen in het PvE uitstijgende - kwaliteit door middel van het toepassen van
Wensen. Die gang van zaken brengt mee dat voor wat betreft de inschrijvers die in aanmerking komen voor een raamovereenkomst geen rangorde behoeft te worden gehanteerd; een inschrijver komt daarvoor
welof
nietin aanmerking.
extrakwaliteit (leidend tot meerwaarde) wordt uitgevraagd, enkel in fase 2 een rol spelen, wat onverlet laat dat in fase 1 moet worden voldaan aan de minimale kwaliteitseisen, zoals geformuleerd in het PvE. Boston heeft dat - als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver - ook moeten (kunnen) begrijpen. Die omstandigheid kan dan ook niet leiden tot een ander oordeel.
nieuwstelijn ICD's en pacemakers in Europa (inclusief Zwitserland) van de inschrijver, dat minimaal voldoet aan de eisen uit het PvE, met dien verstande dat de inschrijver - voor zover hij binnen die lijn beschikt over meer dat één (zo'n) Topsegmentmodel - het Topsegmentmodel met de meest uitgebreide algoritmes wordt aangeboden.
nieuwste modelkan in ieder geval niet worden aangemerkt als een norm, beoordeling, specificatie of referentiekader in de hiervoor - onder 4.8 sub (i) - bedoelde zin. De Ziekenhuizen stellen ook niet dat dit het geval is. Daarnaast valt daaruit ook niet op te maken welke prestaties en/of functies worden verlangd van de ICD's en pacemakers. In feite stelt die eis enkel een beperking aan het moment waarop de producten (binnen Europa) op de markt worden gebracht. Door het hanteren van een dergelijke eis wordt in feite de mededinging geweld aangedaan, aangezien als gevolg daarvan niet voor iedere inschrijver dezelfde - technische en/of prestatieve - eisen (behoeven te) gelden, wat tot ongelijkheid kan leiden. Op de zitting hebben de Ziekenhuizen dat in feite ook erkend. Zij hebben immers verklaard dat iedere (potentiële) aanbieder een ander 'Topsegment' heeft, althans kan hebben. Dat verdraagt zich niet met de fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht
KamerstukkenII 2015/16, 34329, 3, p. 82).
gezamenlijkzijn opgesteld door de zorginstellingen en de leveranciers van medische hulpmiddelen. Immers, duidelijk is geworden dat de leveranciers voorafgaand aan de totstandkoming van de AIVG 2017 slechts
inputhebben mogen leveren, maar dat de AIVG 2017 - al dan niet rekening houdend met die input - eenzijdig zijn opgesteld door (bepaalde) zorginstellingen. Daarmee kan niet worden aangenomen dat sprake is geweest van pariteit.
"Marktconsultatie") blijkt dat dat de Ziekenhuizen slechts 70% van de totaal benodigde ICD's en pacemakers hebben uitgevraagd in de onderhavige aanbestedingsprocedure. De voorzieningenrechter begrijpt dat Boston daartegen bezwaar maakt, omdat de Ziekenhuizen - volgens haar - de volle 100% moeten uitvragen.
ontoelaatbaar gunstbetoon, en
verboden interacties. Dit bezwaar treft doel.