Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 maart 2018 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats] , verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- erflaatster van 3 december 1993 tot 1 februari 2005 en van 1 augustus 2005 tot
- eiser van 3 december 1993 tot 1 september 2016;
- [persoon 1] van 1 mei 1996 tot 18 september 2000;
- [persoon 2] , de zoon van eiser (de zoon), van 18 september 2000 tot 1 januari 2001, van 16 oktober 2013 tot 1 juni 2014 en vanaf 1 februari 2015;
- [Stichting Y] van 16 november 2007 tot 14 december 2007 en vanaf
- [persoon 3] van 1 juni 2014 tot 31 oktober 2014;
- [persoon 4] vanaf 1 september 2016.
- cursusgelden, subsidies en donaties;
- schenkingen, erfstellingen en legaten;
- alle andere verkrijgingen en baten.
- ter zake van de UBS-rekening van erflaatster met rekeningnummer [rekeningnummer 1] : een saldo op openingsdatum 26 augustus 2011 van nihil en een saldo op sluitingsdatum 18 november 2011 van € 305.197,64 en vervolgens van nihil;
- ter zake van de en/of-UBS-rekening ten name van erflaatster en eiser met rekeningnummer [rekeningnummer 2] : een saldo op openingsdatum 18 november 2011 van € 305.195, een saldo op 1 januari 2012 van € 305.158,01, een saldo op 1 januari 2013 van € 773,25 en een saldo op sluitingsdatum 10 april 2013 van nihil. Op 13 april 2012 is een bedrag van respectievelijk € 45.000 en € 235.000 van deze rekening overgemaakt naar een Australische bankrekening ten name van eiser.
- een rekening met rekeningnummer [rekeningnummer 3] met een saldo op openingsdatum
- een rekening met rekeningnummer [rekeningnummer 4] met een saldo op openingsdatum
- een rekening met rekeningnummer [rekeningnummer 5] met een saldo op openingsdatum 19 april 2012 van $ 348.463,47 Australische dollars (opname in contanten) en een saldo op sluitingsdatum 25 november 2013 van nihil.
€ 100.000
€ 42.278