ECLI:NL:RBDHA:2018:5042
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens niet aannemelijke Eritrese nationaliteit
Eiseres diende op 16 december 2017 een asielaanvraag in en stelde de Eritrese nationaliteit te bezitten. De staatssecretaris wees de aanvraag op 19 maart 2018 af als kennelijk ongegrond, omdat eiseres haar identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk had gemaakt. Zij overlegde geen identificerende documenten en had geen aantoonbare pogingen gedaan deze te verkrijgen. Bovendien was zij in verschillende landen onder uiteenlopende personalia geregistreerd.
Tijdens de zitting op 5 april 2018, waar eiseres niet verscheen, stelde de rechtbank vast dat de verklaringen van eiseres over haar herkomst vaag en onjuist waren. Het spreken van Tigrinya werd niet als bewijs van Eritrese nationaliteit gezien, omdat deze taal ook in andere landen wordt gesproken. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht het vertrouwen had in de registraties in andere EU-lidstaten en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat de verschillen in personalia het gevolg waren van chaotische opvangsituaties.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en verklaarde het ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens niet aannemelijke Eritrese nationaliteit.