ECLI:NL:RBDHA:2018:5228
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eiser, een Iraanse Koerd, vroeg asiel aan op grond van zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende problemen in Iran. Hij stelde dat hij vanwege zijn geloof vervolging en huiszoekingen had ondervonden en daarom gevlucht was.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat hij de geloofwaardigheid van de bekering en de verhalen over vervolging niet aannemelijk achtte. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat eiser vage en tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn bekering, doop en verblijf in Turkije, en onvoldoende motiveerde waarom hij zijn geloof zou hebben veranderd.
Ook de verklaringen over zijn detentie en huiszoeking werden niet geloofd. Het bijgelegde rapport van Stichting Gave werd niet als doorslaggevend beschouwd. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht geen aanvullend gehoor hoefde te verrichten en dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering wordt ongegrond verklaard.