ECLI:NL:RVS:2016:2068
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende vrees voor vervolging in Afghanistan. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de bekering van de vreemdeling ongeloofwaardig was, omdat hij onvoldoende inzicht had gegeven in zijn motieven en het proces van bekering. De Raad van State overwoog dat het aan de vreemdeling is om zijn bekering aannemelijk te maken, vooral gezien zijn afkomst uit Afghanistan waar bekering tot een andere godsdienst maatschappelijk onacceptabel is.
De vreemdeling had vaag en summier verklaard over zijn afvalligheid van de islam en gaf tegenstrijdige verklaringen over zijn religieuze gedragingen. Ook kon hij weinig uitleg geven over zijn keuze voor het protestantisme en de betekenis van zijn doop. Hoewel hij verklaringen van voorgangers overlegde, volstond dit niet om zijn bekering overtuigend te staven.
De Raad van State concludeerde dat de staatssecretaris zijn standpunt voldoende had gemotiveerd en verklaarde het hoger beroep gegrond. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardige bekering tot het christendom.