ECLI:NL:RBDHA:2018:5242
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen inburgeringsvereiste ondanks medische omstandigheden
Eiseres, een Ethiopische vrouw gehuwd met een Nederlandse referent, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar partner in Nederland te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan het inburgeringsexamen en niet beschikte over voldoende middelen van bestaan. Na bezwaar handhaafde verweerder de afwijzing op grond van het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste.
Eiseres stelde dat zij serieuze inspanningen had geleverd om het examen te halen, maar dit werd niet aannemelijk geacht door de rechtbank, mede omdat passend inburgeringsmateriaal beschikbaar is, ook voor analfabeten. Daarnaast werd het verzoek om ontheffing van het inburgeringsvereiste wegens de ernstige medische toestand van haar referent afgewezen, omdat niet was aangetoond dat haar komst dringend noodzakelijk was.
Ook het verzoek om aanhouding van de hoorzitting werd afgewezen, aangezien eiseres tijdens de zitting verklaarde geen aanhouding te wensen. De rechtbank oordeelde verder dat de belangenafweging, waaronder het recht op gezinsleven en de medische situatie, zorgvuldig was gemaakt. De stelling dat het inburgeringsvereiste strijdig zou zijn met de Gezinsherenigingsrichtlijn werd verworpen, mede op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie van de EU.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft besloten geen mvv te verlenen omdat eiseres niet voldeed aan het inburgeringsvereiste en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf gehandhaafd vanwege het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste.