ECLI:NL:RBDHA:2018:5305
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom en onvoldoende persoonlijke vervolgingsdreiging
Eiser, van Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende vervolgingsvrees. Verweerder wees de aanvraag af omdat de verklaringen over de bekering en de vermeende vervolging niet geloofwaardig werden geacht.
De rechtbank beoordeelde dat eiser coherent kon verklaren tijdens het nader gehoor en dat de rapporten hierover betrouwbaar waren. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn motieven en het proces van bekering, en dat zijn verklaringen vaag en ongeloofwaardig waren, mede gezien de maatschappelijke context in Iran.
Verder werd vastgesteld dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij vanwege zijn lidmaatschap van de Nematullah Darvish-risicogroep persoonlijk problemen ondervond. Ook de aangevoerde psychische problemen leidden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht als ongegrond was afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende persoonlijke vervolgingsdreiging.