ECLI:NL:RVS:2016:888
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid bekering vreemdeling en afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling, afkomstig uit Afghanistan, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, gebaseerd op zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende vrees voor vervolging bij terugkeer. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de bekering. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris zijn standpunt over de ongeloofwaardigheid van de bekering deugdelijk heeft gemotiveerd. De vreemdeling heeft onvoldoende inzicht gegeven in zijn motieven en het proces van bekering, en zijn verklaringen waren vaag en summier. Ook de door de vreemdeling overgelegde verklaringen van derden konden dit niet compenseren.
Daarnaast heeft de staatssecretaris terecht geoordeeld dat de vreemdeling geen gegronde vrees voor vervolging heeft in Afghanistan, ondanks zijn leeftijd en herkomst uit de provincie Herat. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 maart 2016.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de bekering en gebrek aan gegronde vrees voor vervolging.