ECLI:NL:RBDHA:2018:5325
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging invordering verbeurde dwangsommen wegens onvoldoende motivering en onduidelijke last
Eiseres, enig aandeelhouder van een vennootschap die eigenaar was van een pand, kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens strijdigheden met het Bouwbesluit 2012 op het gebied van brandveiligheid. De last hield in dat het gebruik van het pand moest worden gestaakt en gestaakt gehouden. Verweerder vorderde verbeurde dwangsommen van € 40.000,- omdat eiseres niet aan deze last zou hebben voldaan.
De rechtbank oordeelt dat de opgelegde last niet de door verweerder ter zitting genoemde keuzemogelijkheid biedt om het gebruik te staken of brandveiligheidsmaatregelen te treffen. De constateringsrapporten waarop verweerder zich baseert, bevatten geen voldoende duidelijke en controleerbare vaststelling van het gebruik van het pand en zijn bovendien pas ruim een jaar na de controles ondertekend.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit tot invordering van de dwangsommen onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en niet deugdelijk is gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het primaire besluit herroepen en deze uitspraak in de plaats gesteld. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen wegens onvoldoende motivering en onduidelijke last.