Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2018 in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
ProcesverloopEiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 6 juli 2017 (het bestreden besluit) waarbij verweerder zijn asielaanvraag heeft afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
Immigration and Refugee Board of Canadavan 10 januari 2014 waaruit blijkt dat een dergelijke verklaring desgevraagd in kopie aan belanghebbenden wordt verstrekt. Van de originele verkondiging van het arrestatiebevel kon de authenticiteit niet worden vastgesteld wegens het ontbreken van referentiemateriaal aan de zijde van Bureau Documenten. Eiser heeft echter ook andere documenten overgelegd die betrekking hebben op de kern van zijn asielrelaas. Dat dit kopie-stukken betreft, neemt niet weg dat deze als (begin van) bewijs kunnen worden aangemerkt. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het relaas van eiser niet overtuigt, maar heeft dit niet met externe geloofwaardigheidsindicatoren onderbouwd. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank nagelaten eisers relaas en de door hem ingebrachte documenten in combinatie en samenhang met de algemeen bekende informatie te beoordelen. De rechtbank is van oordeel dat dit onderdeel van verweerders motivering in strijd is met WI 2014/10 en er sprake is van een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek als bedoeld in de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;