ECLI:NL:RVS:2016:510
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel wegens overgangsrecht
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verklaarde een asielaanvraag van een vreemdeling niet-ontvankelijk en beval zijn terugkeer naar Griekenland, omdat de Griekse autoriteiten hem als vluchteling erkenden. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit en verklaarde het beroep gegrond. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van het overgangsrecht van de Procedurerichtlijn 2013/32/EU en de implementatie daarvan in artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris voerde aan dat de nationale wetgeving in overeenstemming was met de richtlijn en dat de rechtbank ten onrechte het nationale overgangsrecht als strijdig had beoordeeld.
De Raad van State oordeelde dat het nationale overgangsrecht inderdaad in strijd was met het overgangsrecht van de Procedurerichtlijn, maar dat de staatssecretaris de aanvraag ook op grond van het oude artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet terecht had kunnen afwijzen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt bevestigd.