Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de man] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland bij zijn echtgenote, die in Nederland werkt. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van het ontbreken van duurzame en voldoende inkomsten van de echtgenote, mede gebaseerd op een rapport van de Inspectie Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid en gegevens uit Suwinet.
Eiser voerde aan dat de beoordeling van het duurzaamheidsvereiste niet voldeed aan de eisen van de Gezinsherenigingsrichtlijn, met name dat de aard en regelmaat van het inkomen doorslaggevend zijn. De rechtbank oordeelde dat het vereiste duurzaam inkomen conform het Vreemdelingenbesluit 2000 mag worden toegepast en dat de beroepsgrond faalt.
Het geschil concentreerde zich op de vraag of de echtgenote een uitzendbeding had in haar arbeidscontract, hetgeen invloed had op de duurzaamheid van het inkomen. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de echtgenote niet aan het duurzaamheidsvereiste voldeed, terwijl een 18 maanden contract zonder uitzendbeding was overlegd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens schending van de motiveringsplicht, vernietigde het besluit en droeg de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen binnen vier weken, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering over het duurzaamheidsvereiste.