ECLI:NL:RVS:2016:2588
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende duurzame middelen van bestaan
De vreemdeling, samen met haar minderjarige kind, beiden Nigeriaans, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om gezinshereniging met haar echtgenoot/vader mogelijk te maken. De staatssecretaris wees dit verzoek af op grond van onvoldoende duurzame middelen van bestaan van de referent, gebaseerd op tijdelijke arbeidsovereenkomsten en een normbedrag.
De rechtbank bevestigde dit standpunt, maar de vreemdeling stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde het hoger beroep aanhangig vanwege prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU, dat in het arrest Khachab nadere uitleg gaf over de interpretatie van artikel 7 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn.
De Afdeling concludeerde dat het Nederlandse vereiste van duurzame middelen van bestaan in lijn is met de richtlijn, maar dat de staatssecretaris onvoldoende concreet heeft beoordeeld of de referent daadwerkelijk over stabiele en regelmatige inkomsten beschikte, vooral met betrekking tot de periode van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag. Hierdoor is het besluit onrechtmatig en wordt het vernietigd. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.