Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het incident tot tussenkomst c.q. voeging
3.De feiten
Inschrijvingsbiljet (ondertekend)
Rechtbank Den Haag
Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) organiseerde een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure voor nieuwbouw en renovatie op Bonaire. De Combinatie, bestaande uit twee BV's, diende een inschrijving in waarvan het inschrijvingsbiljet voor één BV was ondertekend door een persoon die niet als vertegenwoordigingsbevoegde in het handelsregister stond ingeschreven en zonder bijgesloten volmacht. Hierdoor werd de inschrijving terzijde gelegd.
De Combinatie stelde dat de inschrijving rechtsgeldig was vanwege een elektronische handtekening en een later toegezonden volmacht, en dat het RVB verplicht was het gebrek te laten herstellen. De rechtbank oordeelde dat een elektronische handtekening niet gelijkstaat aan een volmacht en dat herstel achteraf niet is toegestaan, mede vanwege het gelijkheidsbeginsel en de sluitingsdatum van de inschrijving.
De vorderingen van de Combinatie werden afgewezen. De tussenkomende partij [X B.V.] had geen belang meer bij haar vorderingen en deze werden eveneens afgewezen. De Combinatie werd veroordeeld in de proceskosten van zowel de Staat als [X B.V.].
Uitkomst: De inschrijving van de Combinatie is terecht terzijde gelegd wegens ondertekeningsgebrek en de vorderingen tot herstel en geldigheid worden afgewezen.