ECLI:NL:RBDHA:2018:5798
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod en rectificatie van onrechtmatige beschuldigingen aan cosmetisch arts door beautysalon
De zaak betreft een geschil tussen een cosmetisch arts en een beautysalon over het klantenbestand en daaropvolgende beschuldigingen door de salon aan het adres van de arts. De samenwerking tussen partijen werd beëindigd na onenigheid over het klantenbestand, waarbij de salon de arts beschuldigde van fraude, schending van zorgplicht en onrechtmatig gebruik van het klantenbestand.
De beautysalon verspreidde via nieuwsbrief en website ernstige beschuldigingen die de arts in zijn professionele integriteit aantasten. De arts vorderde in kort geding het verwijderen van deze beschuldigingen, een verbod op herhaling, rectificatie en teruggave van een behandelstoel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beschuldigingen onvoldoende steun vinden in het feitenmateriaal en onrechtmatig zijn. De vorderingen tot verwijdering, verbod en rectificatie werden toegewezen, terwijl de teruggave van de behandelstoel werd afgewezen vanwege een mogelijk retentierecht van de salon. Een voorschot op immateriële schadevergoeding werd niet toegekend wegens gebrek aan spoedeisend belang.
De salon werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en het opleggen van een dwangsom bij niet-naleving van het vonnis. Hiermee werd de reputatie van de cosmetisch arts beschermd tegen onrechtmatige aantasting door de beautysalon.
Uitkomst: De beautysalon is verboden om onrechtmatige beschuldigingen te uiten en moet rectificatie plaatsen; overige vorderingen zijn afgewezen.