ECLI:NL:RBDHA:2018:5865
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië op grond van Dublinverordening
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, diende op 22 november 2017 een asielaanvraag in in Nederland. Uit onderzoek bleek dat zij sinds 2016 in het bezit is van een reguliere verblijfsvergunning van Italië. Verweerder nam haar aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van artikel 12 van Pro de Dublinverordening.
Eiseres voerde aan dat de Dublinverordening niet van toepassing is omdat zij een verblijfsvergunning heeft en dat zij niet kan worden overgedragen vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder de aanwezigheid van haar partner en kind in Nederland. De rechtbank oordeelde dat de Dublinverordening wel degelijk van toepassing is omdat Italië een geldige verblijfsvergunning heeft afgegeven en dat de omstandigheden niet zodanig bijzonder zijn dat overdracht aan Italië onredelijk zou zijn.
De rechtbank wees ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening af, waarmee eiseres verzocht om een uitzondering te maken vanwege haar gezinssituatie. De rechtbank concludeerde dat verweerder terughoudendheid betracht bij toepassing van deze bepaling en dat de omstandigheden van eiseres niet tot een uitzondering leiden.
De rechtbank bevestigde het vertrouwen in de Italiaanse autoriteiten dat zij hun verdragsverplichtingen nakomen en oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië haar niet adequaat kan beschermen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling.