ECLI:NL:RBDHA:2018:5868
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag vanwege bescherming in Denemarken
Eiser, een Syriër, vroeg asiel aan in Nederland, maar zijn aanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij al internationale bescherming geniet in Denemarken. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser een sterke band met Denemarken heeft en het redelijk is dat hij daar terugkeert.
Eiser voerde aan dat hij in Denemarken niet beschermd wordt tegen de maffia, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd met objectief bewijs. Hij heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat de Deense autoriteiten zijn verdragsverplichtingen niet nakomen. De rechtbank wijst erop dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat EU-lidstaten hun internationale verplichtingen naleven.
De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij in Denemarken geen adequate bescherming kan krijgen. Zijn meldingen bij de politie zijn niet onderbouwd en hij heeft niet bij hogere autoriteiten geklaagd. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser internationale bescherming geniet in Denemarken en onvoldoende heeft aangetoond dat hij daar geen adequate bescherming krijgt.