ECLI:NL:RBDHA:2018:5897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel met Bulgarije
Eiser, een Iraanse nationaliteit, heeft in 2007 asiel aangevraagd in Bulgarije en in 2012 en 2017 in Nederland. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en internationale bescherming verleent.
Eiser voerde aan dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden omdat zijn procedure werd gewijzigd en dat hij in Bulgarije slecht behandeld zou zijn, mede vanwege zijn seksuele geaardheid. De rechtbank oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt, omdat eiser wist dat zijn verblijfsstatus in Bulgarije nog geldig was en dat hij risico op schending van artikel 3 EVRM Pro onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak die bevestigen dat Bulgarije haar verdragsverplichtingen nakomt en dat de situatie verbetert. Ook de stelling dat eiser zeer slecht is behandeld werd niet aannemelijk geacht.
Daarom is de niet-ontvankelijkverklaring terecht en is er geen inhoudelijke behandeling van de aanvraag nodig. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.