Betrokkene verblijft vrijwillig in een inrichting voor verstandelijk gehandicapten. De officier van justitie verzocht om een voorlopige machtiging voor het voortduren van dit verblijf. De rechtbank heeft betrokkene gehoord, die werd bijgestaan door zijn advocaat.
De advocaat voerde onder meer aan dat de geneeskundige verklaring mogelijk niet door de geneesheerdirecteur was ondertekend en dat deze verklaring te oud zou zijn. De arts verstandelijk gehandicapten, tevens geneesheer-directeur, bevestigde echter dat zij de verklaring heeft opgesteld en ondertekend en dat de situatie nog actueel is. De rechtbank oordeelde dat de verklaring aan de wettelijke vereisten voldoet en een actueel beeld geeft van de situatie.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan een stoornis van de geestvermogens die gevaar veroorzaakt voor zichzelf, anderen en de algemene veiligheid. Dit gevaar kan niet worden afgewend zonder verblijf in de inrichting, mede vanwege de verstandelijke beperking en het niet-aangeboren hersenletsel, waardoor betrokkene niet wilsbekwaam is om in te stemmen met vrijheidsbeperkende maatregelen. De rechtbank wees het verzoek toe en verleende de voorlopige machtiging voor maximaal zes maanden.