ECLI:NL:RBDHA:2018:5943
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schorsing gezag en voorlopige voogdij over minderjarige wegens ernstige zorgen
De zaak betreft een verzoek van de Kent County Council (KCC) om schorsing van het ouderlijk gezag en voorlopige voogdij over een minderjarige die in het Verenigd Koninkrijk verblijft. De kinderrechter nam kennis van diverse Engelse gerechtelijke besluiten en rapporten waaruit ernstige zorgen over het gezin van de ouders blijken, waaronder verwaarlozing en vermoedens van mishandeling.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag, maar sinds december 2017 verblijft de minderjarige in een pleeggezin vanwege deze zorgen. De KCC en de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken om voorlopige voogdij en schorsing van het gezag, terwijl de ouders dit betwisten en aangeven goed voor het kind te zorgen.
De kinderrechter oordeelt dat er een ernstig vermoeden bestaat dat het kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en dat de ouders niet binnen een aanvaardbare termijn de zorg kunnen dragen. Op basis hiervan wordt het gezag geschorst en de voorlopige voogdij toegewezen aan de William Schrikker Stichting. De raad zal verder onderzoek doen naar mogelijke gezagsbeëindiging of alternatieve maatregelen. De schorsing geldt tot 7 augustus 2018, tenzij eerder verlengd.
Uitkomst: De ouders worden geschorst in het gezag en de voorlopige voogdij wordt toegewezen aan de William Schrikker Stichting.