ECLI:NL:RBDHA:2018:6017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering machtiging voorlopig verblijf wegens onjuiste toetsing gezinsleven artikel 8 EVRM
Eiseressen, Syrische vluchtelingen, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan met als verblijfsdoel verblijf bij familie- of gezinslid, te weten referent, hun familielid met een asielvergunning. Verweerder wees de aanvragen af wegens het ontbreken van een meer dan normale afhankelijkheidsrelatie, waarbij hij een exclusief afhankelijkheidscriterium hanteerde.
De rechtbank constateert dat verweerder een onjuiste en te strenge toetsingsmaatstaf toepaste, waarbij relevante niet weersproken feiten zoals samenwoning, medische problematiek en de vaderrol van referent onvoldoende zijn meegewogen. Tevens is verweerder in strijd met de hoorplicht uit artikel 7:2 Awb Pro door referent niet te horen in bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en vernietigt het. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.