ECLI:NL:RBDHA:2018:6020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser diende op 3 februari 2018 een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublin-verordening. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser eerder asielverzoeken had ingediend in Zwitserland en Duitsland, waarbij de aanvraag in Duitsland was afgewezen en hij vervolgens naar Nederland was gereisd.
Eiser stelde dat er ten onrechte geen registertolk Mandingo was ingezet tijdens het aanmeldgehoor, maar de rechtbank oordeelde dat er geen beschikbare registertolken Mandingo waren en dat verweerder dit voldoende had onderbouwd. Daarnaast voerde eiser aan dat hij als LHBT’er in Duitsland niet dezelfde bescherming zou krijgen en dat hij geen toereikende rechtsbijstand had ontvangen, waardoor hij indirecte terugkeer vreest.
De rechtbank stelde dat Duitsland het verzoek zal behandelen conform Europese asielrichtlijnen en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat een klacht in Duitsland zinloos of onmogelijk is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland is ongegrond verklaard.