ECLI:NL:RBDHA:2018:6048
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en herkomst
Eiseres, geboren in 1972, diende op 28 december 2017 een asielaanvraag in met de Iraakse nationaliteit. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege twijfel over de identiteit en herkomst van eiseres, mede gebaseerd op een valse identiteitskaart en het verzwegen bezit van een paspoort met een visum voor Frankrijk.
De rechtbank overwoog dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt waar zij in Irak vandaan komt en waar zij heeft gewoond. Ondanks dat de Iraakse nationaliteit geloofwaardig werd geacht na een taalanalyse, bleef het asielrelaas ongeloofwaardig. Eiseres kon geen contra-expertise overleggen voor het betwiste identiteitsbewijs.
Verweerder kon daardoor ook de medische situatie van eiseres niet toetsen aan artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 of artikel 3 EVRM Pro. De medische klachten werden onvoldoende geacht om uitstel van vertrek te rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvraag af wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en herkomst.