De zaak betreft een geschil tussen By-Boo B.V. en De Poortere Deco N.V. over inbreuk op intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot tapijten met specifieke dessins. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat By-Boo inbreuk heeft gemaakt met het Patchwork dessin 1 en haar verboden deze tapijten te verhandelen, met een dwangsom bij overtreding.
By-Boo vordert opheffing of vermindering van de dwangsom omdat zij stelt niet in staat te zijn het bevel tot vernietiging van inbreukmakende tapijten na te komen, onder meer omdat zij minder tapijten retour heeft ontvangen dan vereist. De rechtbank beoordeelt of By-Boo voldoende inspanningen heeft verricht om aan het vonnis te voldoen.
De rechtbank concludeert dat By-Boo onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht, onder meer door onjuiste opgave van retour ontvangen tapijten en onvoldoende onderzoek naar tapijten die op een beurs zijn geweest. Hierdoor is de dwangsom niet zinloos geworden en wordt de vordering afgewezen.
In reconventie vordert De Poortere opheffing van het conservatoir beslag dat By-Boo heeft gelegd. De rechtbank wijst dit toe omdat het beroep van By-Boo op vernietiging van de dwangsom niet slaagt en het beslag daarom niet langer gerechtvaardigd is.
Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door A.M. Brakel en op 25 april 2018 uitgesproken.