ECLI:NL:RBDHA:2018:6312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen overdracht asielzoeker aan Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, diende op 13 november 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder verzocht Frankrijk om terugname op grond van de Dublinverordening, welke werd geaccepteerd. De aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht.
Eiser stelde dat hij niet correct was gehoord over zijn bezwaren tegen overdracht omdat de uitnodiging niet op zijn locatie was aangekomen en verweerder geen medisch advies had ingewonnen. Ook betwistte hij zijn meerderjarigheid, aangezien hij geen identificerende documenten kon overleggen en verweerder geen leeftijdsonderzoek had aangeboden.
De rechtbank oordeelde dat het niet horen in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat eiser inmiddels zijn bezwaren had kunnen uiten en niet was benadeeld. Ten aanzien van de leeftijdsregistratie oordeelde de rechtbank dat verweerder mocht uitgaan van de Franse registratie, omdat eiser geen bewijs had geleverd van onjuistheid. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen overdracht aan Frankrijk wordt ongegrond verklaard.