Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 april 2018, met producties 1 tot en met 9;
- de op 2 mei 2018 ingekomen brief van Teva c.s. met producties 1 tot en met 9;
- de op 4 mei 2018 ingekomen akte overlegging producties van MSD, met producties 10 en 11;
- de op 9 mei 2018 ingekomen akte overlegging producties van Teva c.s., met producties 10 en 11;
- de op 11 mei 2018 binnengekomen e-mail van MSD met daarin het proceskostenoverzicht als productie 12;
- de mondelinge behandeling van 14 mei 2018;
- de pleitnota van MSD; en
- de pleitnota van Teva c.s.
2.De feiten
Hydroxy-substituted azetidinone compounds useful as hypocholesterolemic agents’(Hydroxy-gesubstitueerde azetidinonverbindingen, bruikbaar als hypocholesterolemische middelen). Dit octrooi was van kracht tot 14 september 2014.
Het is deze materie die in de terminologie van Actavis/Sanofi kan worden aangemerkt als ‘the core inventive advance’ van het octrooi. Ezetimibe is één van die nieuwe verbindingen en daarmee als vernieuwende werkzame stof (‘innovative active ingredient’) aan te merken, die als zodanig (‘as such’) door EP 599 wordt beschermd.
Tribunal de Grande Instance de Parisbij
ordonnance de référévan 5 april 2018 afgewezen. De motivering van deze beslissing luidt, voor zover thans van belang en in de onbestreden Engelse vertaling, als volgt:
[het aan het combinatie-ABC parallelle Franse aanvullend beschermingscertificaat; voorzieningenrechter], to the additional criterion defined by the ECJ that requires that the claim relative to the combination disclose the heart of the invention.
Landgericht Düsseldorfbij
beschlussvan 3 mei 2018 in een (ex parte) procedure tussen MSD en Klinge Pharma GmbH een voorlopig inbreukverbod aan de laatstgenoemde partij opgelegd op basis van het op EP 599 gebaseerde Duitse certificaat DE 12 2004 000 026.1 voor ‘
Ezetimib oder pharmazeutisch annehmbare Salze davon in Kombination mit Simvastatin’.
3.Het geschil
recallen rectificatie, en met hoofdelijke veroordeling van Teva c.s. in de volledige proceskosten van de procedure conform artikel 1019h Rv [1] , daaronder begrepen de nakosten.
4.De beoordeling
Bevoegdheid
bis-Vo [3] en – gelet op het beroep op de nietigheid van het combinatie-ABC – artikel 24 lid 4 Brussel Pro I
bis-Vo. Daarmee is er ook bevoegdheid voor het treffen van voorlopige voorzieningen. De relatieve bevoegdheid vloeit voort uit artikel 80 lid 2 onder Pro a Rijksoctrooiwet 1995. Partijen hebben de bevoegdheid van de voorzieningenrechter overigens niet bestreden.
Actavis/Sanofi) en van 12 maart 2015 in de zaak C-577/13, ECLI:EU:C:2015:165 (
Actavis/Boehringer).
Actavis/Sanofibetrof de volgende casus. Sanofi had op grond van een basisoctrooi dat bescherming verleende voor een innovatieve werkzame stof (ibersartan) eerst een certificaat verkregen voor een geneesmiddel dat de bedoelde stof als enige werkzame stof bevatte (een zogenoemd monoproduct), en vervolgens een ander certificaat verkregen voor een geneesmiddel dat een combinatie bevatte van de bedoelde stof en een andere, op zichzelf niet door het basisoctrooi beschermde stof (hydrochlorothyiazide; een combinatieproduct). Actavis was voornemens een generieke variant van ibersartan op de markt te brengen en heeft in een door haar geëntameerde procedure tegen Sanofi de nietigheid van het certificaat voor het combinatieproduct ingeroepen. In de prejudiciële procedure die daarop volgde stond de vraag centraal of artikel 3(c) ABC-Vo aldus moest worden uitgelegd, dat het zich verzette tegen verlening van het certificaat voor het combinatieproduct. Het HvJEU verklaarde in het
Sanofi-arrest (in de procestaal) voor recht dat:
Actavis/Boehringerwas eveneens een certificaat voor een combinatieproduct aan de orde. Boehringer had dit certificaat aangevraagd (voor de innovatieve werkzame stof
telmisartanen de – naar in dat geding vaststond – tot het publieke domein behorende stof
hydrocholorthiazide) en de behandeling van die aanvraag vervolgens doen schorsen ten behoeve van het doorvoeren van een door het UK IPO voorgestelde wijziging van het desbetreffende basisoctrooi, namelijk het doen opnemen van een conclusie betreffende een combinatie van de zo-even genoemde stoffen. Actavis meende dat het uiteindelijk na hervatting van de behandeling van de bedoelde aanvraag verleende certificaat voor het combinatieproduct nietig was, omdat de combinatie ten tijde van de indiening van de aanvraag niet ‘als zodanig’ door het basisoctrooi werd beschermd. Het HvJEU heeft in het
Boehringer-arrest voor recht verklaard (in de procestaal) [4] :
Teva/Gilead) staat de vraag centraal op grond van welke criteria beoordeeld moet worden of ‘het product wordt beschermd door een van kracht zijnd basisoctrooi’ als bedoeld in artikel 3(a) ABC-Vo. In zijn conclusie van 25 april 2018 heeft Advocaat-Generaal Wathelet voorgesteld de bedoelde vraag als volgt de beantwoorden:
- Ezetimibe wordt als zodanig (‘as such’) door het Basisoctrooi beschermd (rov. 4.2 van de zo-even genoemde uitspraak);
- Cholesterol biosyntheseremmers worden niet ‘als zodanig’ door het Basisoctrooi beschermd (rov. 4.3);
- Uit de arresten
- MSD heeft na expiratie van EP 599 reeds een aanvullende periode effectieve bescherming van de uit het Basisoctrooi voortvloeiende rechten genoten, ook als het gaat om het combinatieproduct (rov. 4.5); en
- Gegeven de door het HvJEU aan artikel 3 ABC Pro-Vo gegeven uitleg, is de verkrijging door MSD op grond van hetzelfde Basisoctrooi van meerdere certificaten door het (op basis van verschillende vergunningen) opeenvolgend in de handel brengen van de in het Basisoctrooi beschermde stof ezetimibe en combinaties van die stof met een (steeds andere) niet door het octrooi beschermde biosyntheseremmer voor dezelfde therapeutische toepassing, in strijd met de ABC-Vo (rov. 4.6).