ECLI:NL:RBDHA:2018:7131
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opvang wegens ontbreken rechtmatig verblijf en bijzondere omstandigheden
Eiser, van Ivoriaanse nationaliteit, verzocht het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om opvang, welke op 27 september 2017 werd afgewezen. Eerder was zijn asielaanvraag definitief afgewezen, waardoor hij rechtmatig verwijderbaar is. Het COa baseerde de afwijzing op het ontbreken van rechtmatig verblijf en het ontbreken van zeer bijzondere omstandigheden die opvang rechtvaardigen.
Eiser stelde dat hij vanwege ernstige medische klachten en langdurig verblijf in Nederland niet kon worden teruggestuurd en verwees naar een uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten. De rechtbank oordeelde echter dat geen acute medische noodsituatie was aangetoond, mede omdat eiser geen medische documentatie had verstrekt. Het enkel moeten verblijven op straat vormt geen zodanige humanitaire noodsituatie.
De rechtbank bevestigde dat het COa alleen opvang verleent aan categorieën zoals omschreven in de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 en in zeer bijzondere omstandigheden. De verwijzing naar het ECSR was onvoldoende om een individueel afdwingbaar recht op opvang te creëren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van opvang door het COa wordt ongegrond verklaard.