ECLI:NL:RVS:2014:722
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing opvangaanvraag vreemdeling buiten Rva 2005
Bij besluit van 9 december 2011 wees het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) de aanvraag van een vreemdeling om opvang te verlenen krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep.
De vreemdeling stelde dat het COa op grond van artikel 8 EVRM Pro verplicht was haar en haar minderjarig kind opvang te bieden, verwijzend naar jurisprudentie die het recht op respect voor privé- en gezinsleven benadrukt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat uit het EVRM en jurisprudentie geen algemene opvangplicht voor de Staat aan vreemdelingen volgt, behalve in bijzondere gevallen zoals acute medische noodsituaties.
De Afdeling benadrukte dat het COa als zelfstandig bestuursorgaan alleen opvang hoeft te bieden binnen de kaders van de Rva 2005. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor het bieden van opvang aan niet-rechtmatig verblijvende minderjarigen in de omstandigheden zoals door de Hoge Raad zijn aangegeven. De vreemdeling en haar kind vielen buiten de reikwijdte van de Rva 2005 en er was geen acute medische noodsituatie.
Daarom is het verzoek om opvang terecht afgewezen en dient de vreemdeling zich tot de staatssecretaris te wenden voor opvang. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de opvangaanvraag door het COa wordt bevestigd omdat geen wettelijke of verdragsrechtelijke verplichting tot opvang buiten de Rva 2005 bestaat.