ECLI:NL:RBDHA:2018:7738
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen overdrachtsbesluit aan Duitsland ondanks schending verdedigingsbeginsel
Eiser, een Jamaicaanse nationaliteit dragende vreemdeling, werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid overgedragen aan Duitsland op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat hij niet in de gelegenheid was gesteld om bezwaren tegen de overdracht kenbaar te maken, waardoor het verdedigingsbeginsel werd geschonden. Hij voerde aan dat hij een Nederlandse partner heeft en binnenkort vader wordt, en dat het besluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat het verdedigingsbeginsel inderdaad van toepassing is en dat verweerder niet voldoende gelegenheid heeft geboden om juridische bezwaren te uiten. Echter, de rechtbank stelde ook vast dat eiser ten tijde van het besluit zijn asielaanvraag nog niet had ingediend en dat verweerder heeft toegezegd de overdracht op te schorten totdat op die aanvraag is beslist.
Daarmee concludeerde de rechtbank dat de schending van het verdedigingsbeginsel niet heeft geleid tot benadeling van eiser, omdat hij geen relevante inbreng had kunnen leveren die tot een andere besluitvorming had kunnen leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de rechtsbijstandverlener van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit aan Duitsland wordt ongegrond verklaard ondanks schending van het verdedigingsbeginsel.