ECLI:NL:RBDHA:2018:7810
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot gedwongen schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet bij één schuldeiser
Verzoekster heeft een totale schuld van ongeveer €101.711,75 bij twee schuldeisers, waarvan na betaling van één vordering slechts één schuldeiser resteert met een vordering van €101.224,26. Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van een gedwongen schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet, waarbij zij een uitkering van 1,52% aan de schuldeiser aanbood tegen finale kwijting van de rest.
De enige schuldeiser weigerde in te stemmen met de regeling, stellende dat de schuldregeling onvoldoende was gedocumenteerd, het financiële belang groot was en voorkeur werd gegeven aan de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank oordeelde dat het bestaan van slechts één schuldeiser geen beletsel vormt voor een dwangakkoord, maar dat dit wel zwaar meeweegt in de belangenafweging.
Na beoordeling concludeerde de rechtbank dat de schuldeiser in redelijkheid tot weigering van instemming kon komen, omdat de aangeboden regeling niet het maximaal haalbare leek en het belang van de schuldeiser bij volledige betaling aanzienlijk was. Het verzoek tot gedwongen schuldregeling werd daarom afgewezen. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling blijft in behandeling.
Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen omdat de schuldeiser in redelijkheid tot weigering kon komen.