Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2018 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, V-nummer [V-nummer]
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Armeense nationaliteit, had een aanvraag tot uitstel van vertrek ingediend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen, mede op basis van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat geen medische noodsituatie op korte termijn voorzag bij uitblijven van behandeling.
Eiseres stelde dat het BMA-advies onvolledig en niet actueel was en dat verweerder niet had voldaan aan de vereisten van het arrest Paposhvili. Tevens voerde zij aan dat verweerder ambtshalve had moeten beoordelen of uitzetting ondanks de discretionaire bevoegdheid moest worden afgewezen, mede vanwege haar medische situatie en mantelzorgbehoefte.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag had afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. Het BMA-advies was zorgvuldig en inzichtelijk, en eiseres had geen contra-expertise of nieuwe relevante medische gegevens overgelegd. Daarnaast was het beroep op het Paposhvili-arrest niet van toepassing en was er geen wettelijke grondslag voor een ambtshalve toetsing van het terugkeerbesluit.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond was en dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Ghrib op 2 juli 2018.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag tot uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.