Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 mei 2018 in de zaak tussen
[eiseres], wonende te [plaats], eiseres
Belastingdienst/toeslagen, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
26 augustus 2014 waaruit volgt dat eiseres lijdt aan depressieve klachten en aan een PTSS en een verklaring van de huisarts van 8 maart 2017 waarin staat dat eiseres lijdt aan een PTSS en de zorgen voor haar gezin niet aankan. Daarmee heeft eiseres echter onvoldoende onderbouwd dat sprake is van zeer bijzondere omstandigheden als hiervoor bedoeld. Een groot deel van de door haar overgelegde stukken dateert van 2009 tot en met 2013. Daaraan kan geen betekenis worden toegekend voor onderhavig jaar. Uit de verklaring van de huisarts blijkt weliswaar dat eiseres in 2017 kennelijk nog steeds leed aan een PTSS en de zorg voor haar gezin niet aankon, maar dat is op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat eiseres en haar minderjarige kind zodanig afhankelijk zijn van de echtgenoot dat zijn onrechtmatig verblijf haar niet kan worden tegengeworpen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat nu het desbetreffende minderjarige kind is geboren in 1999, geen sprake is van een zeer jong en volledig van de zorg van derden afhankelijk kind en dat de overige vier kinderen gezien hun leeftijd in staat moeten worden geacht zo nodig hulp en bijstand te verlenen.
Beslissing
mr. R. Vijverberg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2018.
Rechtsmiddel
Den Haag (nadere informatie www.raadvanstate.nl).